Obligate Strategie: Bill Withers

“You sure get better looking when you have a hit record”

Bill Withers


Hits voorspellen met uPlaya

Met mijn rubriek ‘Wordt dit een hit?’ ben ik natuurlijk niet de eerste persoon op aarde die een poging doet om te voorspellen of een nummer hitpotentie heeft. Als je dat goed en consequent doet, dan is daar veel geld mee te verdienen. De website uPlaya heeft een geautomatiseerd systeem om te analyseren of een nummer hitpotentie heeft. Op basis van eigenschappen van hits uit het verleden berekent het programma hoe dicht dat je liedje daarbij in de buurt komt. Dat werkt als volgt:

Dat maakt me nieuwsgierig genoeg om een test-account aan te maken. Eens kijken wat dat oplevert als ik een nummer van mijn eigen band Silence is Sexy laat analyseren. Ik kies voor het liedje This Ain’t Hollywood omdat ik verwacht dat de kans dat het op hits lijkt daarbij het grootst is.

Jippie! We hebben een Silver Auddy award gewonnen en met fine-tuning en promotie kan het een hit worden! Helaas geen enkele clue wat er precies fine getuned moet worden. En nog opvallender: op de site staat geen ranking met nummers die hoge scores behaalt hebben, alleen wat laffe testimonials. De enige reden deze info niet openbaar te maken lijkt mij dat er ontzettend veel bagger tussen de zogenaamde voorspelde hits moet zitten.

Maar ik ben ondertussen natuurlijk wel benieuwd wie er over onze 6.8 heen kan komen. Hier kun je je registreren voor twee gratis analyses. Post je resultaten in de comments.


Bands / muzikanten: geef een liedje op voor ‘Wordt dit een hit?’

Foto: Ryan Jesena

Achteraf lullen over wat iets een hit maakt is natuurlijk relatief makkelijk. Een belangrijk onderdeel van het werk van een producer is van te voren horen of iets hitpotentie heeft. En als dat (nog) niet het geval is: de vinger op de zere plek leggen. Dat is precies wat ik ga doen in de rubriek ‘Wordt dit een hit?’.

Met ‘hit’ bedoel ik niet perse iets wat in de top 40 terecht kan komen. Maar een nummer waarmee je binnen je genre (dat kan dus ook post-rock, glam-folk of doom-ska zijn) onderscheid en een groot publiek kunt bereiken. Net zoals in de rubriek ‘Wat maakt dit een hit?’ zal ik het nummer analyseren en kijken naar de sterke en zwakke punten in het liedje, het arrangement en de productie. Precies zoals ik dat doe als ik met een band werk. Met een positieve insteek, maar ik zal het altijd zeggen als ik denk dat iets beter kan.

Wil je dat ik een nummer van je bespreek? Stuur een mailtje naar pimvandewerken@gmail.com met daarin een link naar je beste liedje op bandcamp / soundcloud / youtube of ergens anders waar vandaan ik het op mijn blog kan embedden. Schrijf in een paar zinnen welk publiek je wilt bereiken met je muziek. Wil je op de radio gedraaid worden? En zo ja: op welke zenders. Wil je veel live spelen? Zo ja: op welke podia / festivals?

Wie durft?


Wat maakt dit een hit? Radiohead – Paranoid Android

Op verzoek van Allard. Luister via Spotify of Youtube.

Structuur:

Deel 1

  • couplet (instrumentaal)
  • couplet
  • refrein
  • couplet
  • refrein

Deel 2

  • riff 1 / riff 2 instrumentaal
  • riff 1 / riff 2 met zangmelodie 1
  • riff 1 / riff 2 met zangmelodie 2
  • riff 1 / riff 2 met gitaarsolo

Deel 3

  • couplet (instrumentaal)
  • couplet
  • couplet met tegenstem
  • couplet met twee tegenstemmen

Deel 2 reprise

  • riff 1 / riff 2
  • riff 1 / riff 2

Binnen de popmuziek (en zeker voor een hit) een nogal atypische structuur. Geïnspireerd door het Beatles-liedje Happiness Is A Warm Gun (Youtube), dat ook bestaat uit drie verschillende aan elkaar geplakte liedjes/gedeeltelijke liedjes. Verschillende bandleden schreven verschillende stukken die later aan elkaar geplakt werden. Kan soms toch handig zijn, zo’n democratische band. Binnen de context van Ok Computer is Paranoid Android een rare eend in de bijt. 9 van de 12 nummers hebben een conventionele songstructuur.

In live uitvoeringen uit 1996 kwam er na deel drie een deel vier met een hammondorgel-progrock-solo. Op zich een prima en aardig catchy deel. In de uiteindelijke versie is er een verstandig stuk ‘kill your darlings’ toegepast. Door aan het einde terug te gaan naar deel 2 wordt het nummer veel meer een geheel. Er doen geruchten de rondte dat het nummer tijdens een serie voorprogramma’s van (jawel!) Alanis Morisette werd opgerekt tot 11 minuten. Bewijsmateriaal daarvoor heb ik niet kunnen vinden.

Details: (tijdcodes uit Spotify)
0:00
Sfeervol, mellow begin met drums, percussie links en rechts en akoestische gitaar.
0:09 Elektrische gitaar begint esoterisch mee te kabbelen.
0:27 De elektrische gitaar speelt nog het zelfde loopje, maar de oversturing en het volume worden subtiel opgevoerd om de spanning op de bouwen.
0:47 Refrein: bas en elektrische gitaar 2 vallen in.
0:52 Robot-stem praat op de achtergrond. Het nummer is tenslotte vernoemd naar Marvin the Paranoid Android, de depressieve robot uit The Hitchhikers Guide To The Galaxy (de boeken zijn hilarisch, de film is ruk). Er zijn slechtere nummers aan Marvin opgedragen.
1:10 De gitaren spelen geen hele akkoorden, maar laten ruimte open voor elkaar. Daardoor spelen gitaren en bas samen soms jazz-achtige akkoorden die je er als pop-gitarist niet snel bij zou halen. Een diepte-analyse van de gebruikte akkoorden vind je hier.
1:58 Begin deel 2. De riff zet (in een andere toonsoort) gelijk een andere sfeer neer. Minder mellow, meer onrustig en onheilspellend.
2:10 Riff 2: exotische maatsoort-alert! 7/8 om precies te zijn. Zorgt voor nog meer onrust. De rest van het nummer is overigens gewoon in vierkwartsmaat.
2:20 Met kleine geluidjes en partijtjes wordt nog meer onrust gezaaid.
2:42 Daar zijn de lompe gitaren.
3:17 Een solo over een exotische maatsoort in een exotische toonsoort creëert een onrustige onheilspellende climax.
3:34 Na alle onrust is dit het grootste contrast denkbaar. Tempo en toonsoort veranderen. Dit is de uitzondering die de regel bevestigd dat je binnen een liedje niet teveel dingen tegelijk moet veranderen omdat de luisteraar dan zijn houvast verliest. De religieus-aandoende sfeer geeft houvast na de chaos, een gevoel van thuiskomen.
5:05 Per rondje een stem erbij. We bouwen weer op naar een climax.
5:37 Die komt er in de vorm van een reprise van deel 2.
5:48 Het geluid van de gitaar-solo is het resultaat van re-amping. Na het opnemen is de partij door een filter-effect verder vervormd. Erg leuk om te doen, alhoewel het wel vogels aan schijnt te trekken.

Wat maakt dit een hit?
De ontzettend goed uitgevoerde spanningsboog van het liedje. Bij een conventionele pop-structuur maak je gebruik van de bijpassende spanningsboog die -mits het liedje goed in elkaar zit- altijd werkt. Door een andere vorm te kiezen maak je het jezelf niet makkelijk. Maar als je de bovenste twintig liedjes van de top 2000 bekijkt worden deze inspanningen opvallend vaak beloond met eeuwigheidswaarde. Blijkbaar kun je in zes minuten iets anders of iets meer blijvend losmaken dan in drie minuten. Grappig detail: de reden dat drie minuten nu gezien wordt als de ideale lengte voor een pop-single is omdat dit ooit de maximum-lengte van een 78-toeren plaatje was.

Als je de top 2000 als een luister-onderzoek interpreteert is het verbazingwekkend dat bijna elk radiostation je keihard uitlacht als je met een single van zes minuten aan komt zetten. En dan hebben we het nog niet eens over de reacties van collega-muzikanten en pers. Met de zelfde overtuiging en bekrompenheid waarmee de paus roept dat je geen condoom mag gebruiken roepen journalisten en muzikanten dat liedjes boven de vijf minuten pretentieus geneuzel zijn.

Opzouten met die ‘doe maar normaal dan doe je al gek genoeg’-mentaliteit. Waarom zou je jezelf beperken tot drie minuten instant gratification?

Smaakt dit naar meer? Lees dan Radiohead – Welcome to the Machine: Ok Computer and the Death of the Classic Album van Tim Footman. Het beste en meest vermakelijke boek dat ik gelezen heb over het maken van een album.


Wat maakt dit een hit? Lady Gaga – Alejandro

Luister via Spotify of Youtube:

Structuur:

  • intro
  • couplet
    • pre-refrein
      • refrein
  • couplet
    • pre-refrein
      • refrein
    • brug
      • refrein
      • refrein

De klassieke pop-structuur, aangevuld met pre-refreinen. Interessant: de theorie achter het pre-refrein.

Details: (tijdcodes uit Spotify)
0:00
Een zachte solo-viool met wat achtergrondgeluid. De melodie komt uit Csárdás (1904), het bekendste werk van de Italiaanse componist Vittorio Monti. Een klassieker op het repertoire van elk zigeuner-orkest.
0:13
Gaga praat met een Spaans accent. Dit versterkt de al aanwezige mediterrane sfeer.
0:21
Alejandro. Alleen deze naam uitgesproken op zijn Spaans is een al hook. En ook gelijk precies wat er voor zorgt dat veel mensen het een irritant nummer vinden. Dat is niet iets waar je bang voor moet zijn, niet opvallen is 1000x erger.
0:24
Synths + voorzichtige beat komen er in. Waar lijkt dit ook alweer op?
0:34
Een stopje. De viool eruit, de beat erin. Ah, natuurlijk: Ace Of Base. Luister: Spotify / Youtube.
1:03
Pre-refrein. De zang en snare gaan terug qua intensiteit. De zangmelodie gaat omlaag. De filters over de synths bouwen op. Allemaal met hetzelfde doel.
1:13 Zorgen dat het refrein er zo hard mogelijk in knalt. De zangmelodie is een stuk hoger in vergelijking met het pre-refrein. Een klassieke pop-truc die zijn doel zelden mist. Zet de radio maar eens aan en let op hoe vaak dit het geval is bij popliedjes.
1:20 Een andere associatie begint zich steeds duidelijker te manifesteren. La Isla Bonita van Madonna. Luister: Spotify / Youtube.
1:32 Het refrein was al catchy, maar de sterkste hook zit in het staartje van het refrein: Alejandro – Ale – Alejandro – Ale -Alejandro. In tegenstelling tot de meeste hooks, blijft dit vooral in je hoofd hangen vanwege de tekst.
1:52 Even iets anders in een korte break. Om de zap-generatie bij de les te houden. En een mooi excuus om nog een keer Alejandro te zeggen op rijm.
2:00 Couplet twee. Met een extra synth-lijntje ten opzichte van het eerste couplet. Daarna een pre-refrein en refrein volgens de verwachting.
2:38 Fernando. Waar kennen we die ook al weer van? Natuurlijk: ABBA (Spotify / Youtube)
3:00 De brug is niet memorabel, maar wel erg effectief. Het rustige en harde refrein daarna zijn een kwestie van inkoppen.

Wat maakt dit een hit?
Alejandro. Nog preciezer: de niet in het Engels voorkomende ch-klank in Alejandro. Het liedje is verder natuurlijk een prima stuk vakwerk van producer RedOne en Lady Gaga (bewust in deze volgorde). De invloeden zijn duidelijk. De intro-viool is een citaat van een stuk muziek waarvan het auteursrecht inmiddels vervallen is. De sfeer en het thema van het nummer hebben zeker overeenkomsten met Madonna’s La Isla Bonita. De beat lijkt inderdaad vrij veel op die van Don’t Turn Around van Ace Of Base. Het is grappig om te weten dat Ace Of Base op zijn beurt beschuldigt werd deze beat geleend te hebben van Blondie’s The Tide Is High (Spotify / Youtube). Terwijl dat ritme weer beïnvloed werd door de reggea van John Holt (Spotify / Youtube). Zo gaat dat in de popmuziek.

Ook artiesten die algemeen als vernieuwers gezien worden voegen in de praktijk vooral verschillende invloeden samen. Ze voegen een stukje toe, maar bouwen voor het grootste gedeelte voort op wat al bestaat. Als je de invloeden van een liedje kunt plaatsen maakt dat het liedje niet minder goed of origineel. Het woord ‘origineel’ duidt in de popmuziek meestal op een gebrek aan referentie-kader bij de luisteraar.

Laat je schaamteloos inspireren en voeg je steentje toe aan het bouwwerk van de popmuziek.


Wat maakt dit een hit? Blur – Song 2

Blur - Song 2 single coverLuister via Spotify of Youtube.

Structuur:

  • intro
    • kicker
  • couplet
    • refrein
  • couplet
    • refrein

Een kicker is een instrumentaal refrein voor het eerste couplet. Bekend van onder andere Smells Like Teen Spirit, Zombie en alle hits van Linkin Park (leuk om te lezen: All Linkin Park songs look the same)

Opvallend: het liedje is niet ‘af’. Er zou best nog een brug bij kunnen als excuus voor nog zo’n lekkere whohoo. Of op zijn minst een dubbel refrein aan het einde om nog even door te kunnen dansen.

Details: (tijdcodes uit Spotify)
0:00
Intro gespeeld op twee drumstellen. Eén links, één rechts. Dunne drumsound.
0:08 Gitaar valt in met killer-riff. Cleane dunne sound.
0:15 Whohoo! Exit twee dunne drums, welkom één vette drum. Overstuurde basgitaar  is zo hard en dik dat er voor de gitaar alleen op links nog een klein plaatsje is. Die gitaar speelt maar één noot.
0:30 Terug naar twee dunne drums en cleane gitaar. Geen bas in de coupletten.
0:45 Whohoo!
1:04 Synth solootje. Wat maakt het uit, zolang die killer-riff maar door gaat.
1:05 He, een raar digitaal klinkend piepje! Iets waar veel artiesten en technici van in paniek raken. Niet nodig, een mooi gevalletje ‘honour thy error as a hidden intention‘. En jou was het toch ook nog niet eerder opgevallen?
1:11 Het gaat weer terug. Niet een beetje, maar helemaal.
1:19 “it’s not mij problem”. Op de S hoor je adem tegen de microfoon blazen en op de P een plop. De meeste producers zouden de zin over laten doen vanwege technische imperfectie. Zo niet Stephen Street. En terecht, het enige wat telt is dat ik geloof dat het echt niet Damon’s probleem is.
1:25 Het hakt er weer volop in. Geen half werk.

Wat maakt dit een hit?
De killer-riff in combinatie met de whohoo!-hook leggen natuurlijk de meer dan solide basis. Maar niet te onderschatten: de focus van de productie kan niet duidelijker. Het nummer draait om (hard/zacht) contrast. Alles staat in dienst van dit effect. Nog meer dan dit het geval was bij loud/quiet/loud voorgangers als Pixies en Nirvana. Blur komt er mee weg omdat je als luisteraar houvast hebt aan de gitaar-riff hebt die in het couplet en het refrein hetzelfde blijft. Daardoor blijft de verhouding tussen voorspelbaarheid en verrassing in balans.
Ook is de keuze om het liedje niet ‘af’ te maken erg goed. Het nummer is zo kort dat je er niet snel genoeg van krijgt. Weinig bands kunnen de verleiding weerstaan om er nog een refreintje achteraan te plakken. Blur wel. Daarmee creëren ze een extra unique selling point.

Het nummer rekent ook rigoureus af met het argument ‘dat wil ik niet, want dat kunnen we live niet zo spelen’. Live hoef je namelijk helemaal niet moeilijk te doen met twee drumstellen, een dun en een vet drumgeluid, een subtiel gitaartje met één noot in het refrein of een synth solo. Kijk maar: